De Tweede Kamer heeft op 30 oktober jl. ingestemd met het wetsvoorstel Lesbisch Ouderschap. Het wetsvoorstel wijzigt de procedure waarop het juridisch ouderschap van de meemoeder tot stand komt. De meemoeder kan automatisch juridisch ouder van het kind worden als zij gehuwd is met de biologische moeder en gebruik is gemaakt van een onbekende donor. Bij de aangifte van de geboorte dient dan een Verklaring van de Stichting Donorgevens Kunstmatige Bevruchting te worden overgelegd.
Naast het moederschap van rechtswege kan de meemoeder in het wetsvoorstel de juridische moeder van het kind worden door erkenning. Erkenning is mogelijk in die gevallen dat het moederschap niet van rechtswege ontstaan, dus als het kind wordt geboren buiten het huwelijk of als het kind (binnen het huwelijk) is verwekt met het zaad van een bekende donor. Voor de erkenning van het kind door de meemoeder heeft zij schriftelijke toestemming nodig van de biologische moeder. Voor meer informatie over het wetsvoorstel verwijs ik naar mijn vorige blog: Kamer stemt op 30 oktober 2012 over wetsvoorstel Lesbisch Ouderschap.
Het wetsvoorstel is nu, ter beoordeling en goedkeuring, aan de Eerste Kamer aangeboden. Het is onbekend wanneer de wet in werking zal treden.
Totdat het wetsvoorstel daadwerkelijk wet is geworden, kan een meemoeder slechts juridische ouder van het kind worden door het kind te adopteren.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de Aline van Katwijk van de sectie Familie- en erfrecht (vankatwijk@potjonker.nl) telefoon 023 – 553 02 30.
Pot Jonker is het grootste advocatenkantoor in de regio Haarlem. Wij zijn gespecialiseerd op het gebied van arbeidsrecht, onderwijsrecht, ondernemingsrecht, vastgoedrecht, bestuursrecht, agrarisch recht en familierecht.
Posts tonen met het label adoptie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label adoptie. Alle posts tonen
maandag 5 november 2012
donderdag 25 oktober 2012
Kamer stemt op 30 oktober 2012 over wetsvoorstel Lesbisch Ouderschap
Onder het huidige recht kan de meemoeder alleen via de adoptieprocedure juridisch ouder worden. Dit vereist een gang naar de rechter waar de nodige kosten aan verbonden zijn. Ook leert de ervaring dat dit door de meemoeder wordt ervaren alsof haar capaciteiten als moeder moeten worden goedgekeurd door de rechtbank.
Het doel van het wetsvoorstel is het sneller tot stand laten komen van het juridisch ouderschap van de meemoeder. Het wetsvoorstel regelt dat de vrouwelijke partner van de moeder de juridische ouder van een kind kan worden zonder dat daarvoor een gerechtelijke procedure is vereist. Daarnaast prevaleert de bescherming van het sociale ouderschap boven het vasthouden aan het (vermoeden) van biologisch ouderschap. Tot slot wordt de tekst van de wet gewijzigd en wordt gesproken over ouderschap in het algemeen in plaats van vader- of moederschap; het afstammingsrecht wordt dus sekseneutraal.
Er worden verschillende wijzigingen van het afstammingsrecht voorgesteld:
Naast het moederschap van rechtswege wordt voorgesteld dat de meemoeder de juridische moeder van het kind kan worden door erkenning. Erkenning is mogelijk in die gevallen dat het moederschap niet van rechtswege ontstaan, dus als het kind wordt geboren buiten het huwelijk of als het kind (binnen het huwelijk) is verwekt met het zaad van een bekende donor. Voor de erkenning van het kind door de meemoeder heeft zij schriftelijke toestemming nodig van de biologische moeder.
Tot slot kunnen in het nieuwe wetsvoorstel zowel de biologische moeder als het kind gerechtelijke vaststelling van ouderschap van de meemoeder verzoeken. De voorwaarde hiervoor is dat de meemoeder als levensgezel van de moeder heeft ingestemd met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad.
Bij het debat in de Tweede Kamer hebben verschillende partijen gepleit voor de mogelijkheid van meerouderschap, dat wil zeggen dat naast de biologische moeder en de meemoeder ook de donor - die in een nauwe persoonlijke betrekking tot kind staat - juridisch ouder van het kind kan worden. De staatssecretaris zet kanttekeningen bij het meerouderschap, maar gaat een onderzoek in stellen naar de mogelijkheden.
De kamer stemt op 30 oktober a.s. over het wetsvoorstel.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de Aline van Katwijk van de sectie Familie- en erfrecht (vankatwijk@potjonker.nl) telefoon 023 – 553 02 30.
Het doel van het wetsvoorstel is het sneller tot stand laten komen van het juridisch ouderschap van de meemoeder. Het wetsvoorstel regelt dat de vrouwelijke partner van de moeder de juridische ouder van een kind kan worden zonder dat daarvoor een gerechtelijke procedure is vereist. Daarnaast prevaleert de bescherming van het sociale ouderschap boven het vasthouden aan het (vermoeden) van biologisch ouderschap. Tot slot wordt de tekst van de wet gewijzigd en wordt gesproken over ouderschap in het algemeen in plaats van vader- of moederschap; het afstammingsrecht wordt dus sekseneutraal.
Er worden verschillende wijzigingen van het afstammingsrecht voorgesteld:
- het moederschap van rechtswege;
- de erkenning door de meemoeder;
- de gerechtelijke vaststelling van het moederschap; en
- de mogelijkheid voor vervangende toestemming voor erkenning door de zaaddonor die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat.
Naast het moederschap van rechtswege wordt voorgesteld dat de meemoeder de juridische moeder van het kind kan worden door erkenning. Erkenning is mogelijk in die gevallen dat het moederschap niet van rechtswege ontstaan, dus als het kind wordt geboren buiten het huwelijk of als het kind (binnen het huwelijk) is verwekt met het zaad van een bekende donor. Voor de erkenning van het kind door de meemoeder heeft zij schriftelijke toestemming nodig van de biologische moeder.
Tot slot kunnen in het nieuwe wetsvoorstel zowel de biologische moeder als het kind gerechtelijke vaststelling van ouderschap van de meemoeder verzoeken. De voorwaarde hiervoor is dat de meemoeder als levensgezel van de moeder heeft ingestemd met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad.
Bij het debat in de Tweede Kamer hebben verschillende partijen gepleit voor de mogelijkheid van meerouderschap, dat wil zeggen dat naast de biologische moeder en de meemoeder ook de donor - die in een nauwe persoonlijke betrekking tot kind staat - juridisch ouder van het kind kan worden. De staatssecretaris zet kanttekeningen bij het meerouderschap, maar gaat een onderzoek in stellen naar de mogelijkheden.
De kamer stemt op 30 oktober a.s. over het wetsvoorstel.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de Aline van Katwijk van de sectie Familie- en erfrecht (vankatwijk@potjonker.nl) telefoon 023 – 553 02 30.
woensdag 25 juli 2012
Mooie opkomst voor seminar Roze Ouderschap!
Afgelopen donderdagavond 19 juli 2012 heeft Pot Jonker Seunke Advocaten in het kader van Haarlem Roze Stad in samenwerking met notaris Liesbeth Verhagen het seminar “Roze Ouderschap” georganiseerd.
Er was grote belangstelling voor het seminar; wegens de beperkte ruimte in de zaal konden helaas niet alle belangstellenden aanwezig zijn.
Tijdens het seminar is onder meer aandacht besteed aan het begrip ouderschap, ouderlijk gezag en de huidige adoptieprocedure.
Tevens is uitgebreid stilgestaan bij het nieuwe wetsvoorstel “Wijziging Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het juridisch ouderschap van de vrouwelijke partner van de moeder anders dan door adoptie”. Aangegeven is welke gevolgen het wetsvoorstel naar verwachting voor de praktijk zal hebben. In het wetsvoorstel zijn verschillende wijzigingen voorgesteld waaronder: het moederschap van rechtswege, de erkenning door de meemoeder, de gerechtelijke vaststelling van het moederschap en de mogelijkheid voor de zaaddonor, die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, om vervangende toestemming voor erkenning te verzoeken. Het wetsvoorstel ligt thans voor bij de Tweede Kamer. Over de datum van de verdere behandeling is nog niets bekend. Het staat wel op de lijst met aangemelde onderwerpen, maar is nog niet geagendeerd. De verdere behandeling zal naar verwachting pas na het zomerreces plaatsvinden. Zodra hier meer duidelijkheid over bestaat, zal dit vanzelfsprekend via onze website en blog bekend worden gemaakt.
Gedurende de avond zijn de vragen die de aanwezigen hadden door zowel de advocaten van Pot Jonker Seunke Advocaten als notaris Liesbeth Verhagen beantwoord. De informatieavond is afgesloten met een borrel met de aanwezigen. Wij kijken terug op een geslaagd samenzijn.
Voor meer informatie over Roze Ouderschap kunt u contact opnemen met Aline van Katwijk van de sectie familie- en erfrecht (vankatwijk@potjonker.nl, 023-5530230).
Er was grote belangstelling voor het seminar; wegens de beperkte ruimte in de zaal konden helaas niet alle belangstellenden aanwezig zijn.
Tijdens het seminar is onder meer aandacht besteed aan het begrip ouderschap, ouderlijk gezag en de huidige adoptieprocedure.
Tevens is uitgebreid stilgestaan bij het nieuwe wetsvoorstel “Wijziging Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het juridisch ouderschap van de vrouwelijke partner van de moeder anders dan door adoptie”. Aangegeven is welke gevolgen het wetsvoorstel naar verwachting voor de praktijk zal hebben. In het wetsvoorstel zijn verschillende wijzigingen voorgesteld waaronder: het moederschap van rechtswege, de erkenning door de meemoeder, de gerechtelijke vaststelling van het moederschap en de mogelijkheid voor de zaaddonor, die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, om vervangende toestemming voor erkenning te verzoeken. Het wetsvoorstel ligt thans voor bij de Tweede Kamer. Over de datum van de verdere behandeling is nog niets bekend. Het staat wel op de lijst met aangemelde onderwerpen, maar is nog niet geagendeerd. De verdere behandeling zal naar verwachting pas na het zomerreces plaatsvinden. Zodra hier meer duidelijkheid over bestaat, zal dit vanzelfsprekend via onze website en blog bekend worden gemaakt.
Gedurende de avond zijn de vragen die de aanwezigen hadden door zowel de advocaten van Pot Jonker Seunke Advocaten als notaris Liesbeth Verhagen beantwoord. De informatieavond is afgesloten met een borrel met de aanwezigen. Wij kijken terug op een geslaagd samenzijn.
Voor meer informatie over Roze Ouderschap kunt u contact opnemen met Aline van Katwijk van de sectie familie- en erfrecht (vankatwijk@potjonker.nl, 023-5530230).
maandag 13 februari 2012
Lesbisch ouderschap - Doorbreking vetorecht van de moeder
Wanneer binnen een huwelijk van twee vrouwen een kind wordt geboren, is uitsluitend de vrouw die het kind baart in juridisch opzicht ouder van het kind. Indien de zogenaamde ‘meemoeder’ eveneens juridisch ouder wenst te worden, is adoptie voor haar de aangewezen weg.
Conform artikel 1:227 lid 2 BW is zij ontvankelijk in haar verzoek aangezien zij de echtgenote van de ouder is. De adoptie door de meemoeder kan thans ten tijde van de geboorte plaatsvinden; de samenlevingstermijn van drie jaren is per 1 januari 2009 komen te vervallen.
Het komt geregeld voor dat de moeders tijdens het huwelijk niet tot adoptie overgaan en de meemoeder na echtscheiding alsnog wil adopteren. De meemoeder behoort in dat geval niet langer tot de categorie personen als omschreven in artikel 1:227 lid 2 BW; zij is noch de echtgenote, noch de levenspartner van de moeder en bovendien is in sommige gevallen niet voldaan aan de verzorgingstermijn van drie jaren. De biologische moeder heeft in dat geval een zogenaamd vetorecht.
In de zaak bij de rechtbank Breda (27 juli 2011/LJN BR2383) was ook een dergelijk adoptieverzoek na echtscheiding aan de orde. De biologische moeder stelde zich op het standpunt dat de meemoeder niet-ontvankelijk was in haar verzoek omdat zij niet behoort tot de categorie personen als omschreven in artikel 1:227 lid 2 BW. De rechtbank oordeelt - met een beroep op de redelijke wetsuitlegging - dat de meemoeder wel ontvankelijk in haar verzoek. De rechtbank overweegt dat de gedachte achter voornoemd artikel is, het bieden van een bestendig milieu aan de minderjarige. Er moet een duurzame binding tussen de meemoeder en de minderjarige zijn.
De rechtbank hecht in de onderhavige uitspraak veel waarde aan de bedoeling van partijen in het verleden ten aanzien van de minderjarige. Het is voor een adequate (identiteits)ontwikkeling van een kind vereist dat hij of zij bekend is met zijn of haar ontstaansgeschiedenis. Er moet duidelijkheid bestaan over de positie van de meemoeder ten aanzien van de minderjarige, hun gezamenlijke voorgeschiedenis en de rol van de meemoeder als gezagsdrager. Uit de feiten en omstandigheden in deze uitspraak volgt naar het oordeel van de rechtbank dat het de gezamenlijke wens van partijen was de minderjarige te krijgen, te verzorgen en op te voeden. De juridische situatie moet derhalve met de feitelijke situatie in overeenstemming worden gebracht. Mede daarom acht de rechtbank de adoptie in het belang van de minderjarige.
Aan de tegenspraak (het vetorecht) van de biologische moeder wordt voorbijgegaan nu zij haar bevoegdheid op grond van artikel 1:228 lid 1 sub d BW aanwendt voor een ander doel dan waarvoor zij is verleend; zij wenst namelijk samen met haar nieuwe partner over wensen te gaan tot adoptie. Het doel van artikel 1:228 BW is echter het voorkomen van een ongewenste verbreking van de reeds bestaande familierechtelijke betrekkingen. In het onderhavige geval is geen sprake van ontoudering; de familierechtelijke betrekking tussen de biologische moeder en de minderjarige blijven behouden. Er is derhalve een onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening van het vetorecht door de moeder en het belang van de minderjarige dat daardoor wordt geschaad. Het verzoek van de meemoeder wordt toegewezen.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de Aline van Katwijk van de sectie Familie- en erfrecht (vankatwijk@potjonker.nl) telefoon 023 – 553 02 30.
Conform artikel 1:227 lid 2 BW is zij ontvankelijk in haar verzoek aangezien zij de echtgenote van de ouder is. De adoptie door de meemoeder kan thans ten tijde van de geboorte plaatsvinden; de samenlevingstermijn van drie jaren is per 1 januari 2009 komen te vervallen.
Het komt geregeld voor dat de moeders tijdens het huwelijk niet tot adoptie overgaan en de meemoeder na echtscheiding alsnog wil adopteren. De meemoeder behoort in dat geval niet langer tot de categorie personen als omschreven in artikel 1:227 lid 2 BW; zij is noch de echtgenote, noch de levenspartner van de moeder en bovendien is in sommige gevallen niet voldaan aan de verzorgingstermijn van drie jaren. De biologische moeder heeft in dat geval een zogenaamd vetorecht.
In de zaak bij de rechtbank Breda (27 juli 2011/LJN BR2383) was ook een dergelijk adoptieverzoek na echtscheiding aan de orde. De biologische moeder stelde zich op het standpunt dat de meemoeder niet-ontvankelijk was in haar verzoek omdat zij niet behoort tot de categorie personen als omschreven in artikel 1:227 lid 2 BW. De rechtbank oordeelt - met een beroep op de redelijke wetsuitlegging - dat de meemoeder wel ontvankelijk in haar verzoek. De rechtbank overweegt dat de gedachte achter voornoemd artikel is, het bieden van een bestendig milieu aan de minderjarige. Er moet een duurzame binding tussen de meemoeder en de minderjarige zijn.
De rechtbank hecht in de onderhavige uitspraak veel waarde aan de bedoeling van partijen in het verleden ten aanzien van de minderjarige. Het is voor een adequate (identiteits)ontwikkeling van een kind vereist dat hij of zij bekend is met zijn of haar ontstaansgeschiedenis. Er moet duidelijkheid bestaan over de positie van de meemoeder ten aanzien van de minderjarige, hun gezamenlijke voorgeschiedenis en de rol van de meemoeder als gezagsdrager. Uit de feiten en omstandigheden in deze uitspraak volgt naar het oordeel van de rechtbank dat het de gezamenlijke wens van partijen was de minderjarige te krijgen, te verzorgen en op te voeden. De juridische situatie moet derhalve met de feitelijke situatie in overeenstemming worden gebracht. Mede daarom acht de rechtbank de adoptie in het belang van de minderjarige.
Aan de tegenspraak (het vetorecht) van de biologische moeder wordt voorbijgegaan nu zij haar bevoegdheid op grond van artikel 1:228 lid 1 sub d BW aanwendt voor een ander doel dan waarvoor zij is verleend; zij wenst namelijk samen met haar nieuwe partner over wensen te gaan tot adoptie. Het doel van artikel 1:228 BW is echter het voorkomen van een ongewenste verbreking van de reeds bestaande familierechtelijke betrekkingen. In het onderhavige geval is geen sprake van ontoudering; de familierechtelijke betrekking tussen de biologische moeder en de minderjarige blijven behouden. Er is derhalve een onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening van het vetorecht door de moeder en het belang van de minderjarige dat daardoor wordt geschaad. Het verzoek van de meemoeder wordt toegewezen.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de Aline van Katwijk van de sectie Familie- en erfrecht (vankatwijk@potjonker.nl) telefoon 023 – 553 02 30.
Abonneren op:
Posts (Atom)